projecten

Onderzoek naar de schilderijen van James Ensor in de collectie

In het atelier voor schilderijenrestauratie van het Kröller-Müller Museum zijn de zes schilderijen van James Ensor in de collectie onderzocht.

- Stilleven met blauwe kan, 1890 (KM 109.011);
- De wraak van de nar Hop-Frog, ca. 1896 (KM 105.847;
- Bloemen in blauwe vaas, 1909 (KM 103.212);
- De bedroefde Pierrot, ca. 1910 (KM 102.260);
- Stilleven met kool, 1921 (KM 105.303);
- Het gevecht, ca. 1925 (KM 106.787).


Rik Wouters, Torso van James Ensor, 1913

Ensor (1860-1949) wordt gezien als een van de belangrijkste vernieuwers van de moderne kunst in België. Nagenoeg zijn hele leven verbleef hij in de mondaine badplaats Oostende. Als jonge man heeft Ensor drie jaar doorgebracht op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel, waar hij leerde tekenen naar klassiek model en behoorde te schilderen in de traditionele, academische stijl. Later was hij lid van de kunstkring L’Essor en Les Vingt. Aanvankelijk werd zijn werk bekritiseerd en vele malen geweigerd voor tentoonstellingen. Toch is dit de meest creatieve periode van zijn leven. Rond de eeuwwisseling wordt het werk van Ensor meer populair. Maar de kunstenaar lijkt te zijn moegestreden en valt thematisch veel in herhaling. Naast zijn schilderijen heeft Ensor ook veel gra-fisch werk (tekeningen en etsen) gemaakt.

Zijn werken hebben veelal een fantasierijk karakter, met gemaskerde figuren en exotische snuisterijen. Ook de dood komt vaak als thema voor. Ensor kan worden gezien als ‘meester van het Licht’. Kleuren vormen een essentieel onderdeel in zijn oeuvre.

| Meer informatie +

Tijdens het onderzoek zal een inventarisatie worden gemaakt van de conditie waarin de schilderijen verkeren. Bij meerdere werken van Ensor doen zich problemen voor met de hechting tussen de verschillende lagen in de opbouw. Hierdoor bladdert verf af en zijn lacunes ontstaan. Daarnaast vertonen enkele schilderijen zeer duidelijke barstvorming en verschillende craquelépatronen. Verder zal worden gekeken naar de schildertechniek van deze kunstenaar. Hoe bouwde Ensor zijn verflagen op? Schilderde hij met veel pasteuze verfpartijen of verdunde hij zijn verf? Welke kleuren worden toegepast? Gebruikte de kunstenaar alleen penselen of ook paletmessen?

Na het onderzoek zullen twee schilderijen mogelijk worden gerestaureerd. De conditie van deze twee schilderijen stelt de restaurator niet alleen voor ethische dilemma’s, maar ook praktische problemen, hoe de behandeling aan te pakken.

James Ensor, Het gevecht, ca. 1925. Olieverf op doek, 60,5 x 50 cm (l)
De wraak van de nar Hop-Frog,
ca. 1896. Olieverf op doek, 114 x 81,5 cm (r)


Het gevecht,
geschilderd rond 1925, heeft een vergeeld, glanzend en zeer onregelmatig vernis. Het is niet duidelijk of Ensor zelf het schilderij een vernis heeft gegeven. De vraag is ook of de verwijdering van het vernis mogelijk is, vanwege gevoeligheid voor oplosmiddelen van de onderliggende verf-lagen. De verf is op sommige plaatsen zeer verdund aangebracht en Ensor heeft mogelijk ook krijt gebruikt.

Eén van de behandelde schilderijen is De wraak van de nar Hop-Frog (circa 1896). Dit schilderij kent een lange geschiedenis van lacunes in de voorstelling. Tijdens de recente behandeling van het schilderij was de centrale vraag of de visueel storende lacunes, vanuit ethische, esthetische en praktische oogpunten, geretoucheerd konden worden. Zo ja, hoever mag de behandeling worden doorgevoerd?

 Schilderij James Ensor Kröller-Müller

Door middel van retoucheren, ofwel het inschilderen van lacunes in de verflaag, kan de leesbaarheid van de voorstelling worden vergroot. Dit onderdeel van het vak van restauratie is echter een bron van ethische afwegingen. Daarom is het van belang dat de eventuele retouches reversibel zijn. Dit betekent dat ze in de toekomst te verwijderen zijn zonder het originele schilderij schade te berokkenen.

Gedurende het behandelingsproces is echter besloten volledig af te zien van het retoucheren van de lacunes. Vanwege de zeer brosse verflaag is de reversibiliteit van de retouches nagenoeg uitgesloten. Dit betekent dat deze behandeling hiermee onomkeerbaar is. Misschien komen restauratoren in de toekomst tot een ander oordeel, maar op dit moment is het voor ons voldoende reden om de behandeling te staken.

Vanuit een ethisch oogpunt is het retoucheren van de lacunes in De wraak van de nar Hop-Frog slecht toelaatbaar. In dit geval zijn de lacunes niet dermate visueel storend dat retoucheren voor de leesbaarheid is genoodzaakt. Voor vele toeschouwers zullen vooral de zuurstokroze kleur en de macabere voorstelling in het oog springen.

Om toch een goed beeld te krijgen van de oorspronkelijke voorstelling is een digitale reconstructie gemaakt. Met behulp van een stereomicroscoop is een nauwkeurige kaart getekend van de verloren gegane verfschollen. Deze lacunes zijn met behulp van Adobe Photoshop en een pentablet digitaal aangevuld. Kanttekening is echter dat niet overal precies is vast te stellen hoe en tot waar een verfstreek heeft gelopen. Het blijft een inschatting.

detail voor reconstructie James Ensor detail na reconstructie James Ensor



















Detail voor (links) en na (rechts) de digitale reconstructie. Het beeld is visueel rustiger geworden, doordat de verfstreken doorlopen

Bij de reconstructie van de meest gehavende partij, de groene figuur aan de linkerzijde, valt direct op dat het beeld rustiger wordt. De verfstreken krijgen hun vorm terug en lopen weer door. Opvallend is dat de figuur heel open is geschilderd. Ook bij de gereconstrueerde versie zijn vele partijen waar de grondering onbedekt is gelaten.

detail voor reconstructie James Ensor detail na reconstructie James Ensor

 

 

 

 


Detail voor (links) en na (rechts) de digitale reconstructie. De visueel storende lacunes in de donkergroene figuur zijn geretoucheerd. Ook de ontbrekende uiteinden van de blauwe verfstreken in de hoed van de hond zijn bijgewerkt

Dit onderzoek is gehouden in het kader van een afstudeerproject voor de opleiding tot schilderijenrestauratie aan de SRAL te Maastricht.

Projectcoördinatie: Mireille Engel - supervisor: Luuk Struick van der Loeff
Looptijd: sep 1, 2008 - jul 1, 2009