projecten

Biografie Helene Kröller-Müller



Vanaf september 2006 doet kunsthistorica Eva Rovers in opdracht van het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, financieel ondersteund door het Kröller-Müller Museum en het Nationale Park De Hoge Veluwe, promotieonderzoek ter voorbereiding op een biografie over Helene Kröller-Müller. Op 18 november 2010 verscheen de langverwachte biografie over Helene Kröller-Müller. Naar aanleiding hiervan organiseert het museum de tentoonstelling De mannen van Helene waarin een intieme en persoonlijke kijk gegeven wordt op deze intelligente, ambitieuze en energieke vrouw, die met haar collectie de basis heeft gelegd voor het museum dat haar naam draagt. De tentoonstelling is te zien van 19 november 2010 tot en met 27 februari 2011.

Informatie over de biografie

| Meer informatie +

Onderzoeksfase

Onderzoekster en biografe Eva Rovers aan het woord over Helene Kröller-Müller:

“In de winter van 2005 ontving het Kröller-Müller museum van de erven van Sam van Deventer, een kist vol persoonlijke documenten van Helene Kröller-Müller. Het waren overwegend brieven die Helene aan haar vertrouweling Van Deventer schreef. De duizenden bladzijden tellende brieven zijn een lust voor iedere biograaf. Ze geven een prachtig beeld van het alledaagse leven van Helene Kröller-Müller en maken tegelijk duidelijk hoe bijzonder dat leven was. Het mooiste document dat zich in de kist bevond, was misschien wel het groene boekje dat volgeschreven was in een onleesbaar handschrift. Het was het dagboek dat Helene in Düsseldorf bijhield in de periode 1882-1885, tussen haar dertiende en zestiende. Zelden voel je je als biograaf meer een voyeur, dan wanneer je het jeugddagboek van je protagonist leest. Het is per definitie ontwapenend, omdat het zonder enig retorisch doel geschreven is. Het is een blik in een tienerziel, met alle onrust en twijfel die daarbij hoort en zonder de wetenschap wat het leven nog zal brengen. Wetenschap die de biograaf op het moment van lezen wel heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Het dagboek van Helene Müller gaf de geheimen van haar schrijfster niet zomaar bloot; de biograaf moest – terecht - wel eerst moeite doen. Het handschrift dat Helene op school leerde, het ‘Kurrentschrift’, is rond 1915 vervangen en er zijn dan ook nog maar weinig Duitsers die het kunnen lezen. Een daarvan was een vriendelijke archivaris uit Essen; zij was zo behulpzaam om een bladzijde uit het dagboek te vertalen. Met die bladzijde als sleutel, heb ik mij aan het ontcijferen van het dagboek gezet. Eerst letter voor letter, daarna woord voor woord en uiteindelijk nam het verhaal het over, was er geen sprake meer van ontcijferen, maar van lezen en meeleven.
Het dagboek is een typisch voorbeeld van een ‘coming of age’ verhaal. De dertienjarige Helene was een onbezorgd kind. Vol enthousiasme schreef ze over Fräulein Rogge, haar lerares Frans op wie zij ‘bis über die Ohren verliebt’ was en over Gerresheim, een dorpje buiten Düsseldorf waar haar vader een villa met een prachtige tuin had gekocht.[1] Toen Helene veertien was echter, moest zij afscheid nemen van haar zus Martha, die naar een kostschool in Aken verhuisde. Ook merkte ze dat ze anders was dan haar klasgenootjes, die haar serieuze gedrag maar ‘komisch’ vonden, iets wat zij hen eigenlijk niet kwalijk kon nemen. Ook had de jonge Helene graag verder willen leren, maar ze wist dat haar ouders daar geen toestemming voor zouden geven.

Haar liefde voor literatuur bracht haar bovendien grote religieuze vertwijfeling. Helene verslond de werken van Goethe en Lessing. Hun ruimdenkende godsdienstige ideeën zorgden ervoor dat zij begon te twijfelen aan de onfeilbaarheid van de Bijbel. Beide schrijvers verwierpen het dogmatische karakter van het geïnstitutionaliseerde geloof en verzetten zich tegen de woordelijke interpretatie van de Bijbel. De vijftienjarige Helene nam deze kritiekpunten over, wat haar op een langdurige confrontatie met haar ouders kwam te staan, omdat zij op deze gronden weigerde om confirmatie te doen.
Wanneer zij zich onder druk van haar ouders toch laat confirmeren, heeft het onbevangen meisje zich ontplooid tot een serieuze jonge vrouw, die gelaten haar lot accepteert. Ze was jaloers op haar broer Gustav, die met zijn twintig jaar aan het begin van zijn leven stond en zijn lot in eigen handen had. Zichzelf beschouwde zij daarentegen als gebonden en alles behalve vrij om te doen wat zij wilde. Zij moest zich onderwerpen aan de wil en conventies van anderen, ‘so herzlos & falsch sie auch sind’. Berustend legde ze zich neer bij de wensen van haar ouders en vertrok na haar confirmatie naar een pensionaat in Brussel. Ze wist dat wanneer ze terugkwam, ze volwassen zou zijn en het grote wachten op een echtgenoot zou beginnen. Vooral het vooruitzicht van dat ‘ewige Nichtsthun’ maakte haar neerslachtig.
Het zou juist die echtgenoot zijn, die haar de ruimte zou geven om zich verder te ontplooien en haar meer ‘Lebensraum’ zou geven dan waar de zestienjarige Helene op had durven en kunnen hopen. Soms had ik de neiging dat tegen het dagboek te zeggen.”

[ ] Citaten zijn overgenomen uit: Tagebuch, 1882-1885, archief Kröller-Müller Museum Otterlo, doc. nr. HA502326.

Zie ook: Biografie Instituut

Download hier de voorpublicatie

Looptijd: jun 17, 2008 - nov 30, 2010

Download

archief_biografie_HKM_2007.pdf