Tom Claassen (1964)

18 liggende houten mannen (2000)

De kunstenaar bood dit werk in 2000 aan het museum aan omdat hij dacht dat het mooi in het bos zou passen, mits er geen struiken zouden staan. De achttien houten mannen zijn ieder schijnbaar simpel vervaardigd uit zes rechte stukken populierenhout: een voor het hoofd, een voor de borst en telkens twee voor de armen en benen. De beelden zijn zwaar en imposant (de grootste is ca. 3 meter lang), maar door hun starheid zien ze er hulpeloos uit. Dat zal nog eens worden versterkt doordat ze, op hun positie, langzaam zullen ‘terugkeren naar de natuur’: het hout kalft af en is aan het rotten. Zelf noemt Claassen dit de ‘(on)houdbaarheid’ van het beeld.

De houten mannen liggen tussen de bladeren onder eiken. Inderdaad staan er geen struiken, sterker nog: er groeit onder de bomen helemaal niets. Mossen, schimmels en paddenstoelen zullen ervoor zorgen dat de mannen langzaam zullen vergaan. Het lijkt wel een slagveld... Een laan in de buurt (waaraan o.a. het ‘Gewei’ van John Rädecker ligt) was vroeger een deel van de Lijkweg. Overledenen uit Deelen werden hierlangs naar hun laatste rustplaats in Otterlo gebracht. Het afbraakproces van de afgelopen jaren is al heel goed zichtbaar. In het najaar zijn met name stinkzwammen te zien.

Vervolg ecologische wandelroute>>>

Tom Claassen (1964)