column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

Een aanwinst: Georges Vantongerloo

Op 5 juni 2008 kocht het museum bij veilinghuis Christie’s te Amsterdam voor een bedrag van      € 17.800,= een klein, maar bijzonder schilderij van de Belgische kunstenaar Georges Vantongerloo (1886-1965). Het gaat om de afbeelding van een zittende vrouw in een interieur op een doek van 33,5 x 44 cm, nog in zijn originele grijs geschilderde lijst. De compositie is opgezet als een grof gepointilleerd schilderij met brede, ritmisch aangebrachte verfstreken in wit, zwart, rood, geel en groen op een blauwe achtergrond. Hoewel zwierig door de kunstenaar gesigneerd en ‘1916’ gedateerd, is het vermoedelijk in 1917 ontstaan. Hij verbleef toen als vluchteling in Den Haag. In België had hij al carrière gemaakt als beeldhouwer van realistische beelden, maar met een impressionistische afwerking die de invloed van zijn iets oudere landgenoot, de beeldhouwer en schilder Rik Wouters (1882-1916) in zich draagt. Op een eenmanstentoonstelling in oktober 1917 bij de Kunstkring Hollando-Belge in Den Haag liet Vantongerloo voor het eerst ook schilderijen zien, waaronder deze Zittende vrouw. In Den Haag had hij zijn eveneens gevluchte landgenoot, de futurist Jules Schmalzigaug (1882-1917) ontmoet, die hem ongetwijfeld op het spoor van de modernste kunst had gezet. Al kort daarna, in 1918, verkeerde Vantongerloo in de kringen van De Stijl en werd hij een van de coryfeeën van de 20ste eeuwse avant-garde.
In dit schilderijtje krijgen we een kijkje in de keuken van Vantongerloos overgang van traditionalist naar avant-gardist. Wouters en Schmalzigaug zijn aanwezig in de vrije en beweeglijke wijze waarop het ‘moment’ van de vrouw die zit in een kamer wordt gevangen in verf op doek. De focus op de primaire kleuren, op de complementaire kleur groen en op wit, zwart en grijs (in de lijst) is de Nederlandse bijdrage. In dit laatste opzicht is hij ook echt modern in dit schilderij. Het is verleidelijk om te fantaseren dat Vantongerloo in de winter van 1916 op 1917 in het voorlopige museum van Helene Kröller-Müller aan het Lange Voorhout in De Haag, dus in zijn toenmalige woonplaats, de nieuwste werken van Bart van der Leck heeft gezien. Toen Theo van Doesburg, de oprichter van De Stijl, en Vilmos Huszàr daar eind december 1916 een kijkje kwamen nemen waren ze vooral zeer enthousiast over één van diens radikaalste werken, Compositie 1916 no. 4, beter bekend als de ‘Mijntriptiek’ , een strenge compositie in zwart, wit en de primaire kleuren. Van Doesburg en Huszàr probeerden de nieuwe stijl meteen zelf uit, dus waarom zou Vantongerloo daar ook niet nieuwe inspiratie hebben opgedaan?
De Stijl is ondertussen tot de canon van de Nederlandse (kunst)geschiedenis gaan behoren, maar de beweging is en was internationaal georiënteerd. De ‘Mijntriptiek’ en vele andere schilderijen van kunstenaars van de Stijl uit de jaren rond 1917 hangen in het Kröller-Müller Museum tussen de werken van tijdgenoten. De Stijl is een van onze specialiteiten. Het schilderij van Vantongerloo krijgt in die context zijn plaats en verrijkt daarmee onze verzameling en de manieren om ernaar te kijken.

Evert van Straaten
Juni 2008