column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

De lijsten om de schilderijen van Vincent van Gogh

Aan het museum wordt vaak de vraag gesteld waarom ervoor gekozen is om de schilderijen van Vincent van Gogh van houten lijsten te voorzien. In de loop der jaren is door mevrouw Kröller-Müller en haar opvolgers nogal wat geëxperimenteerd met het inlijsten van de schilderijen in de verzameling en u vindt de resultaten daarvan terug door de gehele collectie: van kostbare vergulde, via handgemaakte uit de tijd van de Nederlandse Nieuwe Kunst, tot modernistische, nog in eigen atelier gemaakte, in lichte kleuren geschilderde lijsten. Daarnaast treft u goedkope lijsten aan die met linnen stroken beplakt zijn, zo uit de catalogus van de kunsthandel om de hoek, maar, gelukkig, ook nog vele die door kunstenaars gemaakt of besteld zijn.
Vincent van Gogh liet zich in zijn brieven regelmatig uit over hoe hij zijn werken ingelijst zou willen hebben. Voorkeuren voor donkere houtsoorten als eiken- en notenhout en lichtere als vuren- en kastanjehout voor bepaalde schilderijen wisselde hij af met wensen voor gekleurde of juist witte (en platte) lijsten of simpelweg dunne latjes, in loodmenie geschilderd, om het schilderij zo vlak mogelijk af te kunnen sluiten. Er is, bij mijn weten, maar één werk van Van Gogh in een originele lijst overgeleverd: een fruitstilleven uit 1887 in het Van Gogh Museum. Dit werk is omkaderd door een door de kunstenaar beschilderde platte, brede vurenhouten omraming. De overgeleverde uitspraken van de kunstenaar zijn, echter, niet zó eenduidig en die ene overgeleverde lijst is juist weer te uniek om lijsten te kunnen maken die ‘trouw’ zijn aan de ideeën van de kunstenaar. Eigenaren van schilderijen van Van Gogh hebben zodoende veel speelruimte om hun eigen lijst te bedenken en hebben die altijd flink benut. Mevrouw Kröller liet veel van haar lijsten in een Amsterdamse ambachtelijk atelier maken, ’t Binnenhuis, waaraan architecten, kunstenaars en ontwerpers verbonden waren als H.P. Berlage, J. Altorf en Jac. van den Bosch. Er was één type lijst dat ze bijna uitsluitend reserveerde voor haar schilderijen van Van Gogh. Helaas zijn deze in de jaren vijftig van de vorige eeuw verwijderd, op enkele na. Het is deze lijst, naar een ontwerp van vòòr 1910 van Jac. van den Bosch, die het museum na ampel beraad in de jaren 2003-2005 opnieuw heeft laten maken.
Helene Kröller liet de schilderijen uit Vincents Nederlandse periode in lijsten van teakhout zetten en die uit de Franse periode in ahorn. In bewaarde exemplaren (zoals om De barmhartige Samaritaan (naar Delacroix) en Korenschelf onder wolkenlucht, beide uit 1890) is te zien hoe het ahornhout een zachtgele kleur heeft gekregen. Dat het hier om Helenes favoriete ontwerp gaat, mag blijken uit het feit dat ze haar eigen portret door Floris Verster in een versie van koromandelhout heeft laten zetten. Overzichtsfoto’s van de zalen in haar privé museum aan het Lange Voorhout in Den Haag en later uit de tijd van de opening van het museum in 1938 tonen hoe Helene haar lievelingswerken wilde presenteren: ingelijst in een streng en eenvoudig ontwerp, uitgevoerd in prachtig natuurlijk materiaal, waarin veel arbeid is geïnvesteerd.
In de jaren vijftig oordeelde mijn voorganger Bram Hammacher dat het geheel, naar hij mij ooit vertelde, zo ‘houtig’ overkwam, dat hij besloot van materiaal en stijl te veranderen. Hij liet aanvankelijk een medewerker experimenteren met de lijsten door ze kleuren te geven met beits en pigmenten, maar, toen dit geen bevredigende resultaten opleverde, bestelde hij bij een kunsthandel nieuwe lijsten die voorzien waren van met linnen beplakte, vlakke randen. Zijn opvolger, Rudi Oxenaar, ergerde zich vervolgens in de jaren tachtig zodanig aan deze lijsten (het merendeel van de originele Van den Bosch lijsten was inmiddels niet meer aanwezig), dat hij aan de architect van de nieuwe vleugel van het museum, Wim Quist, vroeg of hij ontwerpen kon maken voor die schilderijen van Van Gogh die getoond zouden worden op de grote overzichtstentoonstelling van 1990. Quist ontwierp enkele varianten en deze werden uitgevoerd en inderdaad in 1990 getoond.
Als ik aantreed aan het eind van dat jaar zijn er vier soorten lijsten om de schilderijen van Van Gogh: eenvoudige eikenhouten lijsten van onduidelijke herkomst, nog enkele naar ontwerp van Van den Bosch, de kunsthandellijsten met (ondertussen zeer smoezelig geworden) linnen stroken en de lijsten van Quist. Hoewel het duidelijk is dat in deze kwestie een oplossing gevonden moet worden, sleept het besluitvormingsproces zich voort omdat er intern geen eenduidige mening geformuleerd kan worden en, nog belangrijker, de financiering van een oplossing (welke dan ook) onhaalbaar is.
Het is 2003, wanneer er uitzicht is op middelen uit een bruikleenvergoeding uit Japan. We besluiten tot een reconstructie van de lijsten van Helene op basis van een combinatie van een aantal overwegingen. In de eerste plaats is er het historische argument: onze collectie vindt zijn oorsprong in de ideeën en handelingen van Helene Kröller, een krachtige persoonlijkheid met een uitzonderlijke intelligentie. Het respecteren, levend houden en actualiseren van oude beslissingen (tenzij nieuwe inzichten dat echt verbieden) hoort bij ons museum en maakt het uniek. Dan zijn er de lijsten van Van den Bosch zelf: ze zijn zo geconstrueerd dat ze het oog op soepele wijze in en uit het schilderij leiden, hun ontwerp heeft de kenmerken van de strenge Nederlandse Nieuwe Kunst, waarmee architecten als Berlage wereldfaam hebben verworven. Waar ter wereld vind je zulke lijsten? Dan is er Van Gogh zelf. Hij geeft in vele passages van zijn brieven blijk van zijn voorkeur voor het pure karakter van hout en praat regelmatig liefdevol over eikenhout, notenhout, vurenhout en ‘gelig kastanjehout’. Al deze overwegingen brachten ons ertoe om voor de lijsten van Helene te kiezen. De bestaande oorspronkelijke exemplaren maakten het ons gemakkelijk om tot een reconstructie te komen. We wogen Vincents overwegingen af tegen de beslissingen die Helene al had genomen en handhaafden donkere teakhouten lijsten voor de werken uit de Nederlandse periode en lichte lijsten van ahorn (‘gelig kastanjehout’) voor de werken uit de Franse periode. We hopen dat het ahorn in de loop der jaren net zo’n fraai gele patina krijgt als de oude exemplaren. Als dwars element binnen de laatste categorie kozen we ervoor om de portretten in walnotenhout in te ramen, vanwege Vincents fascinerende voorkeur voor deze houtsoort.
Dat is, in het kort, het verhaal achter de houten lijsten om onze schilderijen van Vincent van Gogh.

Evert van Straaten
Juni 2007