column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

De kunstenaar

De kunstenaar kijkt ons aan of kijkt hij naar zichzelf? Allebei waar, denk ik, vooral na herlezing van Rudolf en Margot Wittkower’s boek over de persoonlijkheid en het gedrag van de kunstenaar. Het boek uit 1969, Born under Saturn, staat bol van de anekdotes over kunstenaars sinds de oudheid tot aan het eind van de 18de eeuw en leest als vakantieliteratuur. De schrijvers schetsen hoe de wereld tegen de kunstenaar aankeek en hoe de kunstenaar zichzelf zag functioneren. Het beeld dat oprijst uit het boek is niet eenduidig, maar er zijn constanten, die ook nu nog heel herkenbaar zijn. Zo is de kunstenaar iemand die in het sociale verkeer verrassend vaak een grote vrijheid krijgt en neemt. Dat kan zich uiten in kleding of excentriek gedrag, maar ook in messiaanse trekken. Een belangrijke voorwaarde om die status te bereiken is de beschikking over talent, dat traditioneel meer imponeert wanneer de tekenen daarvan zich vroeg, dwangmatig en tegen de verdrukking in manifesteren. In de Renaissance wordt de kunstenaar hoog geschat wanneer de ‘furore dell’arte’ in zijn werk herkenbaar is. De kunstenaar als genie ontstaat in die tijd. Albrecht Dürer noemt de artistieke activiteit ‘gleichförmig Geschöpf nach Gott’ en vergeleek zich dus met God die de eerste mens kneedde. En wat te denken van El Greco, die volgens de overlevering een arm van een crucifix brak en daarmee schilderde om zijn schilderij uitzonderlijke werking te geven? De kunstenaar verbluft dus zijn publiek, is de meerdere van het publiek, is een gedrevene, is de kenner van een hogere, ons onbekende orde en oefent via zijn werk de macht uit, die hem een uitzonderlijke plaats in de maatschappij oplevert.
Veel van de oude stereotypen leven nog met ons: we genieten van het idee dat het miskende genie uiteindelijk toch gewaardeerd wordt, maar bewonderen ook de zakenman-kunstenaar, die een imperium weet te vestigen en zijn kunst weet te ‘branden’. De kunstenaar, die ons echt raakt, toont ons de wereld zoals we hem niet kennen, zoals een wetenschapper ons ongekende kennis leert.
De kunstenaar kijkt ons nog steeds aan en kijkt nog steeds naar zichzelf. Ook de kunstenaars van nu willen de inzichten die ze zich verworven hebben met ons delen. Of ze ons nu treffen door hun deemoed, of uitdagen met hun bravoure, steeds weer laten ze kanten van het leven zien die we niet voor mogelijk hielden. De kunst is een onuitputtelijke bron van inzicht, die zich steeds weer vernieuwt. Hoogmoed komt vanzelfsprekend nog steeds voor de val, maar ik vind het een zegen dat er kunstenaars zijn die buiten de perken durven te gaan en ons met het ongekende willen confronteren.

Evert van Straaten
September 2009

(Afbeelding links: Scipione Pulzone (il Gaetano), 1542 – 1598, rechts: Charley Toorop, 1891 - 1955)