Aanwinsten

Op deze pagina's vindt u informatie over de meest recente aanwinsten van het Kröller-Müller Museum.  Aanwinsten in de beeldentuin vindt u terug bij 'beeldentuin' (ook in het archief).

Aangekocht in 2007

1984 and beyond

2005 - 2007

Gerard Byrne (1969)

videoinstallatie van 3 single channel videos met een serie van 20 ingelijste zwart-wit foto's (gelatine zilverdrukken) en een citaat uit 'Jonathan Edwards' van Perry Miller in pvc plakletters op een zwart geschilderde muur

De installatie 1984 and beyond , 2005-2007, van Gerard Byrne (1969, Dublin) bestaat uit drie videofilms, 20 zwart/wit foto’s en een tekstfragment op de wand. De films tonen de enscenering van een discussie tussen 12 sciencefiction schrijvers over hoe de wereld er na 1984 uit zou kunnen gaan zien. Het bijzondere van het werk is dat de discussie in 1963 is gevoerd en in juli en augustus van dat jaar in Playboy is gepubliceerd. Byrne maakte er in 2005 een performance van en liet de schrijvers door Nederlandse acteurs spelen. Hij gebruikte twee exemplarische voorbeelden van moderne, naoorlogse bouwkunst als de sets voor de opnames: het paviljoen van Gerrit Rietveld (1955/1965) in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum en het Provinciehuis van Hugh Maaskant (1971) in Den Bosch. Het tekstfragment is ontleend aan een boek van Perry Miller uit 1949 over Jonathan Edwards (1703-1758), een beroemde Noord-Amerikaanse theoloog. De foto’s zijn weliswaar van Byrne, maar tonen tijdloze beelden van onbestemde plaatsen, alsof de veranderingen waar de schrijvers over praten niet plaatsvinden. De crux van het werk zit in de complexe verweving van heden, verleden en toekomst en de betekenis van het speculeren over het utopische gehalte van de toekomst.
1984 and beyond is in 2007 verworven met steun van de BankGiro Loterij, door toedoen van de Stichting Kröller-Müller Fonds.

1984 and beyond - Gerard Byrne (1969)
Aangekocht op 5 juni 2008

Zittende vrouw

1916

Georges Vantongerloo (1886 - 1965)

olieverf op doek

Dit kleine, maar bijzonder schilderij van de Belgische kunstenaar Georges Vantongerloo (1886-1965) kocht het museum bij veilinghuis Christie’s te Amsterdam voor een bedrag van € 17.800,=. Het gaat om de afbeelding van een zittende vrouw in een interieur op een doek van 33,5 x 44 cm, nog in zijn originele grijs geschilderde lijst. De compositie is opgezet als een grof gepointilleerd schilderij met brede, ritmisch aangebrachte verfstreken in wit, zwart, rood, geel en groen op een blauwe achtergrond. Hoewel zwierig door de kunstenaar gesigneerd en ‘1916’ gedateerd, is het vermoedelijk in 1917 ontstaan. Hij verbleef toen als vluchteling in Den Haag. In België had hij al carrière gemaakt als beeldhouwer van realistische beelden, maar met een impressionistische afwerking die de invloed van zijn iets oudere landgenoot, de beeldhouwer en schilder Rik Wouters (1882-1916) in zich draagt. Op een eenmanstentoonstelling in oktober 1917 bij de Kunstkring Hollando-Belge in Den Haag liet Vantongerloo voor het eerst ook schilderijen zien, waaronder deze Zittende vrouw. In Den Haag had hij zijn eveneens gevluchte landgenoot, de futurist Jules Schmalzigaug (1882-1917) ontmoet, die hem ongetwijfeld op het spoor van de modernste kunst had gezet. Al kort daarna, in 1918, verkeerde Vantongerloo in de kringen van De Stijl en werd hij een van de coryfeeën van de 20ste eeuwse avant-garde.
Zittende vrouw - Georges Vantongerloo (1886 - 1965)
Aangekocht in 2008

Bonensnijder

1905

Jan Toorop (1858 - 1928)

zwart krijt, potlood en pastel op papier

In 2008 is het museum erin geslaagd om twee tekeningen van Jan Toorop te verwerven met steun van de BankGiro Loterij: Bonensnijder uit 1905 en Aardappels rapen uit 1907, die samen met de al aanwezige Bonenoogst uit 1906 een mooie serie vormen.

Jan Toorop (1858-1928) was een van de favoriete kunstenaars van Helene Kröller-Müller. Aan haar is te danken dat het naar haar genoemde museum een prachtige verzameling van zijn schilderijen, tekeningen en grafiek bezit. Als tekenaar, met verschillende materialen op papier, heeft hij een constant en consequent oeuvre opgebouwd en is hij eigenlijk op zijn best. Op basis van de eigen verzameling zou een representatief overzicht van de tekeningen op topniveau getoond kunnen worden, maar een belangrijke schakel ontbreekt: de tekeningen die hij in achtereenvolgende jaren tijdens zijn verblijven in Zeeland maakt. Deze tekeningen zijn bijzonder door de vrijheid die er uit straalt, maar ook door de verwerking van de invloed van Vincent van Gogh. Ze zijn vaak ook esthetisch zeer aantrekkelijk.

Omdat het vervolmaken van een specialiteit, die al bijna ideaal aanwezig is, ons zinnig leek en vanwege de relatie met het in ons museum zo prachtig vertegenwoordigde werk van Vincent van Gogh, zijn we uit blijven kijken naar tekeningen uit de Zeeuwse periode.

Bonensnijder - Jan Toorop (1858 - 1928)
Aangekocht in 2007

13 takkenbossen met neontak

1967

Jan Dibbets (1941)

takkenbossen, neon, ijzerdraad, snoeren, transformatoren

De installatie 13 takkenbossen met neontak uit 1967 van Jan Dibbets (Weert, 1941), is in 2007 aangekocht voor 130.000,= met steun van de Mondriaan Stichting en de BankGiro Loterij. Met deze aankoop versterkt het museum zijn collectie op het gebied van de conceptuele kunst en de avant-garde van de jaren zestig van de vorige eeuw.

Het werk bestaat uit een installatie van takkenbossen waaraan steeds één groene neon tak is toegevoegd. Het is voor het eerst getoond bij de Konrad Fischer Galerie in Düsseldorf in 1968 en voor de tweede en voorlopig laatste maal in 1988 in het Van Abbemuseum te Eindhoven in het kader van een overzichtstentoonstelling van het werk van Jan Dibbets. Het museum kocht al eerder in 1997 één deel van het werk dat per abuis kort na 1968 door de galerie verkocht was aan een particulier.

In 1967 volgde het werk van Jan Dibbets twee sporen: werken die achteraf door hun materiaalgebruik tot de Arte Povera gerekend kunnen worden, zoals het aangekochte werk, en fotowerken, zogenaamde perspectiefcorrecties, waarin de kunstenaar speelde met de bedrieglijkheid van dit medium bij de registratie van de ruimte. Een perspectiefcorrectie uit 1967 bevindt zich al sinds vele jaren in de collectie van het museum en in 2008 was deze samen met de nieuwe installatie te zien in het museum. De kunstenaar zegt hierover: ‘De perspectiefcorrectie heb ik er graag bij want ik had beide werken in mijn atelier destijds en had geen idee wat ik met ze aanmoest. Totdat ik koos voor fotografie – De splijtzwam zit in hun samenzijn.’ De kunstenaar heeft een ontwerptekening voor de neontakken aan het museum geschonken ter gelegenheid van de aankoop.

13 takkenbossen met neontak - Jan Dibbets (1941)